In bikini op tandenjacht

Ik was een jaar of acht en lag in de tuin te zonnen. Een hippe oom kwam op visite. Hij droeg een haaientand aan een touwtje om zijn nek. ‘Waar koopt u zo’n tandje?’ vroeg ik. Want het leek me stoer ook zo’n sieraad te dragen. ‘Kopen?’ zei hij. ‘Welnee, Deze tand heb ik zelf gevonden op het strand. Maar als je er óók een wilt heb ik wel een idee…’

Nu woonden we vroeger aan het water met daar tegenover een abattoir.
Mijn oom wees mij daar naar toe. ‘Zij geven wel emmers vol koeienogen weg voor  biologieles en ze hebben ook tanden die ze zomaar weggooien.’

Ik durfde niet en vond het luguber maar mijn oom had er zelf als kleine jongen ook wel tanden gekregen zei hij. Hup, daar ging ik in mijn rubberbootje. Ik hees me met veel moeite op de hoge kant en liep met knikkende knieën het abattoir binnen. Daar sloop ik op blote voetjes de betegelde gangen door en duwde op goed geluk een deur open. De koelcel. Mijn hemel. Daar hingen de koeienlijken in rijen aan het plafond. Van de schrik spurtte ik naar buiten. Een man in een witte met bloed bevlekte jas riep me terug.

‘Wat doe jij hier?’
‘Ik wil eigenlijk vragen of u koeientanden voor mij hebt.’
‘KOEIENTANDEN?’

‘NEEN, die heb ik niet!’ zei de man maar ik wist onmiddellijk dat hij loog. Het leek me verstandig niets te zeggen en rap terug te roeien naar ons huis alwaar mijn rare oom met zijn mooie ketting pronkte. Ik zou nooit nooit nooit meer dat abattoir binnen lopen.

Tot gisteravond. Mijn zus was jarig en vierde het in het voormalig abattoir omgebouwd tot kookstudio en proeflokaal aan het water.

En gezellig dat het was!

LOKAAL55   -

Julien

Psst. Hij is weer in ons land.

Wie?

Julien.

Ik kan het niet laten de column die ik jaren geleden al schreef voor de ‘Nieuwe Revu’ nogmaals te plaatsen.

OVER FAN-GEDRAG…

Ik ben zelf eigenlijk nooit ‘fan’ van iemand geweest. Ook vroeger niet. Natuurlijk kon ik enthousiast zijn en onder de indruk en stond ik ook wel eens in de rij voor een handtekening. Maar dat dweperige heb ik nooit gehad.

Iets voor puberende jonge meisjes? Welnee! Dames van ‘middelbare leeftijd’ stonden gisteravond stijf tegen de ongeopende deur aangedrukt. Toen die eindelijk open zwaaide stoven zij naar voren. Naar de eerste rij. Met jassen en tassen hielden zij de lege stoelen naast zich bezet voor ware fans. Het leek wel een vast ritueel. Een doordacht plan.

Na het voorprogramma gingen alle dames naar toilet en vlogen elkaar in de armen. ‘Ben jij Annemarie! Ik ben Christel!’ ‘ Neeeeee, het is niet waar! Dus jij bent Christel!’ ‘Ben jij Lineke?’
‘Hahaha, we hebben al zoveel ‘gehyved…’

De zestiger kwam op met een paar twinkelende ogen. Hij huppelde energiek naar de microfoon. Alleen zijn opkomst was fantastisch. Geboeid bleven wij kijken en luisteren naar zijn optreden. Naar zijn prachtige stem, zijn lach en soepele heupbewegingen.

De dames op de eerste rij joelden en gaven elkaar na enkele songs een teken om te gaan staan. De hele zaal volgde. Als door een wesp gestoken sprongen de dames van de twééde rij over stoelen en begonnen te dansen voor het podium. Ze wierpen zich letterlijk aan de voeten van een lachende Julien. Op de derde rij zat een achtergebleven echtgenoot met zoontje. Een beetje onderuit gezakt. Het zoontje probeerde zijn moeder te volgen maar moeders stond vooraan te joelen met haar armen in de lucht. Moeders maakte foto’s en toverde een chocoladepaasei met een grote strik uit haar tasje. Voor Julien.
Fascinerend.

Hij was in vorm. Julien. Hij was op en top. Ontspannen, goedlachs, charmant. Hij nam het paasei en allerlei andere toegeworpen cadeautjes met een buiging in ontvangst. Maar moeders had nog meer in petto. Zij graaide opnieuw in haar tasje en liet een confettie-bom ontploffen. Waanzinnig succes. Gejoel en gejuich.

Terwijl moeders verwoeste pogingen deed om op het podium te klimmen gluurde ik opzij.

Naar haar echtgenoot. Zijn hand rustte op het bolletje van zijn zoontje. Zoontje lag op de stoel ernaast. Opgerold. In een diepe, diepe slaap.

Over een mevrouw die een eitje legde

Mevrouw Zuinig hield van winkelen.
Niet dat ze wat kócht tijdens het winkelen want daar werd zij tamelijk onrustig van. Ze betoverde verkoopsters en verkopers met haar glimlach en kreeg gratis proefverpakkingen en make-up monsters zomaar cadeau.
Haar gezicht straalde vanwege de duurste smeersels. Haar lippen krulden boterzacht in de mooiste tinten. Mevrouw Zuinig ging TIPTOP door het leven!
Crisis of geen crisis.

Op een lentedag kreeg ze een gratis kaartje voor een beurs.

Bij de kraampjes mocht ze gratis proeven van lekkernijen. Ze at heerlijk hapjes waar ze een limoenbittertje bij dronk en graaide her en der chocolade eitjes uit de schalen. Daar was ze gek op.

Ze liet vervolgens haar hand zakken in een kom vol gespikkelde suiker eitjes en stak er één grote in haar mond. eitje

‘MEVROUW!’ riep een verkoopster.
‘MEVROUW!’

‘Hhhmmjaa?’ murmelde mevrouw Zuinig. Ze slikte het eitje gauw door want aan kauwende en tegelijk pratende mensen had ze een hekel.

‘Het is decoratie materiaal!’ lachte het meisje besmuikt.’

Daarop kleurde mevrouw Zuinig niet zuinig en besloot ze huiswaarts te keren.
De volgende dag legde ze een eitje.

Mevrouw ZuinigKarin Poiesz © pictoright

IJsstadion? Daar stopt hij anders nooit hoor!

 
Ik was de 2e helft van de rit half in slaap gevallen. Tijdens de eerste overstap sprong ik vanwege twee krappe overstap minuten  in een overvolle coupé. Zo druk had ik het nog nooit meegemaakt in de trein. In een tram kon ik me nog aan een lus of paal vastgrijpen maar hier leunde ik quasi nonchalant tegen de arm van een medereiziger die op zijn hurken in het gangpad zat en aan de andere kant tegen een steeds wegrijdende kinderwagen. Zonder kind.  
 
Gelukkig kon ik na drie kwartier bij Zwolle een leeg en nog warm zitplaatsje bemachtigen en dommelde tevreden weg. 
 
Tot ik een vaag ‘murmelmurmel Heerenveen’ hoorde. Oei, gelukkig! Net op tijd. Ik griste mijn koffer en twee tassen en holde naar de uitgang.
 
‘Gaadu schaatsen?’

vroeg een man met rode konen. 
 
Ik keek hem nog een tijdje verbaasd na tot het tot me doordrong. 
 

Gluurpiet

Nu Sinterklaas in aantocht is moet ik weer denken aan het voorval van twee maanden geleden.
 
Bij de Chinees bestelde ik een vuurpannetje met krokante gamba’s. Ik was al een paar jaar niet bij de Chinees geweest. Het meisje van de bediening arriveerde een tijd later met dampende zwart aardewerken schaaltjes. Oh, wat heerlijk. 
 
Ze mompelde iets: Jouw Vaardel altijd gamba’s. Váárdel. 
Vaardel? Gevaarlijke gamba’s?
Wat bedoelde ze toch.
 
Ze herhaalde het zinnetje:
‘Jouw vaardel óók ALTIJD Gamba’s. En jouw moedel ook!’ 
 
Hee ja. Ik had via mijn ouders ook de tip gekregen om dat overheerlijke vuurpannetje te bestellen maar HOE kende deze Chinese dame mij? Waarvan? En hoe wist deze dame wie mijn vader en moeder waren? Ja, er werd bij mijn ouders wel eens een Chinese rijsttafel besteld tijdens Sinterklaas bijvoorbeeld maar toch. 
Een heel groot vraagteken.
 
Tot ik een foto van vorig jaar tijdens het heerlijk avondje tegenkwam.