‘Brullen geblazen dat begrijpt u wel!’

Ik zat bij de kapper. Lieve hemel wat een verschrikking.

Aan mijn kapster lag het niet. Zij was verhuisd naar een andere kapsalon en ik volgde haar. Wat een drukke gezelligheid!
Mocht ik al dat gekwebbel om me heen niet willen horen dan kon ik altijd nog een denkbeeldige stolp over me heen trekken en verdwijnen in mijn tijdschrift. Ver, ver weg.

STOLP

Dit keer lukte het me niet om te verdwijnen. Er zat een dame naast me die met zeer zeer luide (onaangename) stem begon te jammeren. De woorden stroomden mijn ene oor in maar het andere niet uit.

Zij had zoveel hartzeer, die mevrouw. Uren had zij aan de telefoon gehuild. Dit (lieve kapsalon toehoorders) omdat ze een jaar geleden de as van een goede vriendin uit had moeten strooien en dat alsmaar uitstelde. Ze was er ziek van geweest. Overgegeven, diarree. Hoofdpijn, spierpijn, huiduitslag.
Haar echtgenoot had gevraagd wat er loos was en uiteindelijk brak ze. Er was veel meer aan de hand, zo bleek.

‘Brullen geblazen dat begrijpt u wel!’ Ze had uren tegen hem aanpraat en gesnikt. Oh wat een leed kwam er los. ‘WAT EEN SMART’ schalde ze door de kapperszaak.

Ik zocht in mijn tas of er een toevallig oordopje aanwezig was (voor mijn rechteroor) maar helaas. De mevrouw kermde dat ze er door de dood van haar vriendin achtergekomen was dat ze wel lesbisch MOEST zijn. Want zoveel diep verdriet, dat kon niet van zomaar een vriendschap komen. Dat moest ware liefde zijn.

Inmiddels had ik mijn rechteroor dichtgeknepen en neuriede heel zachtjes om niets meer op te hoeven nemen. Ik zat hier verdorie voor mijn geluk op een druildag. Goddank mocht ik er even tussenuit naar de wasbak.
De kapster van deze troela bleef bewonderenswaardig vriendelijk en ging rustig door met knippen. Totdat ze groen van ergernis onze (wasbak) richting op kwam lopen. Ik las haar lichaamstaal. De vrouw had het kapsel afgekeurd. Verschrikkelijk! Dit was niet zoals op het plaatje. Dit leek nergens naar, of haar bazin even wilde komen om het (wél professioneel !) af te maken.

Gelukkig wist de bazin de luidruchtige vrouw tevreden te stellen en hield ze een tijdje haar mond. Totdat ze luid verkondigde dat ze ging scheiden. Een drama een HEISA. Een uitgewrongen vaatdoek was zij. Maar toch lag er een verrukkelijke wereld in het verschiet. Zij zou op haar vierenvijftigste haar eerste vrouw veroveren. Niet zomaar een vrouw. Een vrouw, lief, zacht en geduldig zoals haar vroegere vriendin ongeveer.

Die kon luisteren totdat ze er bij neerviel.

Handig zo’n timer

Vanmiddag kwam er een kok op visite om bij manlief naar muziek te luisteren.
‘Ja, hij prikt ook een vorkje mee!’ had man langs zijn neus weg geroepen.

Ik stond in de keuken en tilde de deksel van mijn stoofschotel op. Hmmm. Ik snoof het aroma op. Zalig. Gelukkig maar, want met een chef in huis wil je geen schamel bordje prut opdienen. In een serene stemming schoonde ik terloops de kleine spruitjes. Het waren er wel heel veel maar ach die lieve knolletjes hadden het toch maar weer voor mekaar gekregen om uit zaadjes op te groeien. Zo uit het land, in de keuken van Karin en hop, in de pan. Mooi om daar even bij stil te staan.

Handig trouwens, zo’n timer op de kookplaat. Spruitjes aan de kook brengen, de wekker instellen en wachten tot ie piept. Geen omkijken naar…

De bel ging. Het was onze postbode die net vader was geworden van een wolkenkind. Het was een spannende bevalling geweest en de weeën moesten uiteindelijk worden opgewekt. Maar eind goed, al goed. Postbode moest nog wel een beetje bijkomen. Vandaar dat hij zaterdag nog maar een dagje vrij had genomen om met zijn oudste zoontje naar de optocht van Sinterklaas te kijken. Nee, zoontje had geen pepernoten gekregen maar daar hield hij toch al niet zo van. Maar wél een klein stukje noga van een brandweerpiet. Brandweerpiet? Postbode snoof.

‘Er staat iets in de fik.’
Ik snelde de keuken in en tilde het dekseltje van de pan op. Daar lagen de lieve spruitjes te roken in koolzwarte jurkjes.

‘Zo’n timer is handig maar je moet er dan wel water bij gieten!’ had manlief knipogend gezegd.
En de kok zei:

‘Die van mij kan ook niet koken.’

Over een mevrouw die een eitje legde

Mevrouw Zuinig hield van winkelen.
Niet dat ze wat kócht tijdens het winkelen want daar werd zij tamelijk onrustig van. Ze betoverde verkoopsters en verkopers met haar glimlach en kreeg gratis proefverpakkingen en make-up monsters zomaar cadeau.
Haar gezicht straalde vanwege de duurste smeersels. Haar lippen krulden boterzacht in de mooiste tinten. Mevrouw Zuinig ging TIPTOP door het leven!
Crisis of geen crisis.

Op een lentedag kreeg ze een gratis kaartje voor een beurs.

Bij de kraampjes mocht ze gratis proeven van lekkernijen. Ze at heerlijk hapjes waar ze een limoenbittertje bij dronk en graaide her en der chocolade eitjes uit de schalen. Daar was ze gek op.

Ze liet vervolgens haar hand zakken in een kom vol gespikkelde suiker eitjes en stak er één grote in haar mond. eitje

‘MEVROUW!’ riep een verkoopster.
‘MEVROUW!’

‘Hhhmmjaa?’ murmelde mevrouw Zuinig. Ze slikte het eitje gauw door want aan kauwende en tegelijk pratende mensen had ze een hekel.

‘Het is decoratie materiaal!’ lachte het meisje besmuikt.’

Daarop kleurde mevrouw Zuinig niet zuinig en besloot ze huiswaarts te keren.
De volgende dag legde ze een eitje.

Mevrouw ZuinigKarin Poiesz © pictoright